Welkom Beregening Bronboringen ProjectenMaterialen Foto's ContactWeblinks en info

 
 

Hoe bestrijdt men nachtvorst?

Definitie
Wat is nachtvorst eigenlijk? Meteorologen hebben het over nachtvorst wanneer overdag de temperatuur boven nul is en gedurende de nacht het kwik beneden het vriespunt komt. Dit kan een tweetal oorzaken hebben: door de uitstraling van de aarde daalt de temperatuur dicht bij de bodem zeer sterk - de zogenoemde stralingsvorst - of er wordt koude, polaire lucht aangevoerd. In het laatste geval spreekt men wel van windvorst; het is in het algemeen niet rendabel om dit te voorkomen. 

Beregening
De meest effectieve manier van nachtvorstbestrijding is beregening. In Nederland hebben we hier al tientallen jaren ervaring mee en de resultaten zijn zeer goed mits een aantal regels in acht worden genomen. Hiervoor moeten we eerst kijken hoe de bescherming nu eigenlijk tot stand komt. Door het gewas nat te maken (en te houden) ontstaat er een laagje ijs om de plantedelen. De temperatuur van het ijs in 0 °C, maar de temperatuur daalt niet verder. Dit komt omdat bij de overgang van water naar ijs een grote hoeveelheid energie vrijkomt, de zogenaamde stollingswarmte. Dit bedraagt per kg ijs 335 kJ. Om een indicatie te geven van de hoeveelheid; met deze energie kun je een liter water 80 °C in temperatuur laten stijgen.

Zolang het ijs nat blijft - dus zolang je doorgaat met sproeien - zal de temperatuur van het ijs en de plantedelen ca. 0 °C blijven. Men heeft uitgerekend dat voor een boomgaard/wijngaard van een hectare er per uur 30 m3 per uur beregend moet worden. Het ijs op zichzelf heeft geen isolerende werking. Indien er gestopt wordt met beregenen zal de temperatuur snel zakken.

Start beregening
Wanneer moet men nu beginnen met beregenen? In de fruitteelt heeft men in het verleden altijd gezegd: beginnen bij 0 °C. De leidingen zijn dan nog niet bevroren en alle gewassen zijn beschermd. Dit is inderdaad een veilige methode maar voor sommige fruitsoorten kan men later beginnen. Dit scheelt veel wateren dit is zeer belangrijk. Door het vele water zal de bodemgesteldheid achteruit gaan, er worden voedingsstoffen uitgespoeld en je voorkomt dat de wortels te lang in het water staan. In de wijnbouw kan als uiterste grens - 1°C aangehouden. Hierbij ondervindt de wijnstok nog geen schade. Bedenk ook dat het in tegenstelling tot de fruitteelt niet gaat om de bloesems die bevriezen, maar de jonge scheuten. De bloemknoppen zijn nog enigszins beschermt. Om de leidingen open te houden kan men deze afdekken, evenals de pomp. Door een thermometer met schakelcontact kan de beregening automatische geregeld worden. Let op een juiste plaatsing van de thermometer.

Stoppen beregening
De beregening kan pas gestopt worden als het ijs ontdooit. Je kunt dit constateren wanneer het gemakkelijk loskomt van de scheuten.  Bij een grote beregeningsinstallatie komen allerlei andere zaken om de hoek kijken zoals drukverlies leidingen, pompcapaciteit en - aandrijving, aantal sproeiers i.v.m. overlapping, sproeierdruk, filter, materiaalkeuze, diameters leidingen etc.

Het is goed mogelijk om zelf een beregeningsinstallatie aan te leggen; je moet je dan wel in bovenstaande zaken verdiepen en eventueel samen met ons het een en ander doorrekenen.


Schade
Omdat de wijnstok al in april uitloopt kunnen jonge uitlopers en knoppen in april/mei veel schade oplopen. De stok geeft wel weer nieuwe uitlopers maar deze zijn veel minder vruchtbaar. De oogst voor dat jaar zal dus voor een groot gedeelte verloren gaan. Vandaar dat een goede bescherming in nachtvorstgevoelige gebieden noodzakelijks is.

Opwarming - afkoeling
De zonnewarmte die overdag op onze wijngaard valt, wordt voor een gedeelte in de grond opgeslagen. Dit gebeurt beter wanneer de grond onbedekt en vochtig is. Er treden dan weinig reflecties op en het vochtgehalte zorgt voor een goede warmtegeleiding. Gedurende de nacht straalt de bodem (en ook de planten) de energie weer uit. Eerst koelen de bodem en de planten af, daarna pas de lucht. Door menging van de hogere warme luchtlagen met de onderste koude laag, kan de temperatuur nog geruime tijd op peil blijven. Als het bodemoppervlak in temperatuur daalt, wordt dit aangevuld met warmte uit diepere lagen. Bepaalde bodemsoorten kunnen zo de temperatuurdaling tegen werken. Hierover straks meer.

Gunstige en ongunstige factoren voor nachtvorst
In heldere nachten met droge lucht is de uitstraling van het aardoppervlak groot. Bij windstil weer is er geen menging met warme luchtlagen mogelijk zodat de temperatuur snel daalt. Een bedekte grond werkt ook positief voor de temperatuurdaling; door de isolerende laag kan er geen warmte uit de bodem aangevoerd worden. Verder is de glooiing van het terrein van belang; koude lucht zakt naar de lager gelegen delen, de zogenoemde vorstgaten. Planten op lager gelegen delen hebben lopen dus het meeste risico. Een bewolkte hemel houdt zoveel straling tegen dat er geen nachtvorst optreedt. De warmte wordt teruggekaatst naar de aarde. Verder zijn grote wateroppervlakken vanwege de grote warmtecapaciteit gunstig. Bij een meer of langs een rivier is de kans op nachtvorst zeer klein. Daarom komt er in het westen van het land veel minder nachtvorst voor.

We kunnen weinig doen aan de wind of de bewolking. Wel kunnen we de uitstraling vanuit de bodem stimuleren. Zoals gezegd werkt een bodembedekking als een isolerende laag. De opslagen warmte in de bodem wordt in sterke mate tegengehouden. Door de bodem schoon te houden (of tijdelijk een mulchlaag verwijderen) wordt het warmtetransport gestimuleerd. Uit metingen is gebleken dat de temperatuur boven een begroeide bodem wel 5 graden lager kan zijn dan bij een onbedekte bodem.

De warmtegeleiding in de grond zelf speelt ook een grote rol. Door grondbewerking komt er teveel lucht tussen de gronddeeltjes en lucht is een slechte geleider. Grondbewerking moet men daarom niet uitvoeren in de periode dat er gevaar voor nachtvorst is. Vaste grond die bij voorkeur vochtig is geleidt de warmte goed. Dit is de reden dat boven kleigrond het risico op nachtvorst veel kleiner is dan bij zandgrond; deze laatste bevat weinig vocht. Door voor de nachtvorst te beregenen kan de geleiding sterk verbeterd te worden. Dit moet wel ruim van tevoren gebeuren zodat de planten nog kunnen opdrogen. Deze methode kan bij een lichte nachtvorst de schade beperken, maar wanneer de temperatuur flink onderuit gaat moeten we beregenen. 

Maatregelen
Er zijn maar een paar maatregelen die effectief nachtvorst kunnen voorkomen. Onder de passieve maatregelen rekenen we het kaal en vochtig houden van de grond, het aanplanten van minder gevoelige rassen (laat met uitlopen) en het vermijden van vorstgevoelige plekken. Onder de actieve maatregelen vallen afdekking van de planten, windmenging en beregening. Het effect van rook van brandende materialen is vrij klein. Het ‘rookdek’ houdt de warmte nauwelijks tegen en bovendien drijft de rook snel weg. De warmte van de kachels heeft alleen effect als er zeer veel staan. Dit is eigenlijk onbegonnen werk. Bovendien is het ineffectief want er verdwijnt zeer veel energie zodat de methode veel te duur wordt. Door rook kunnen echter wel de luchtlagen gemengd worden, hetzelfde effect als bij de helikopter.